Digizap

Jouw digitale zakmes.

Kennisbank

Redirects goed zetten: http→https, www en lussen

Een redirect is de kortste weg tussen twee adressen — en de langste weg tussen een bezoeker en een fout. Typt iemand voorbeeld.nl, dan antwoordt de server met een statuscode en een nieuw adres; hoe vaak dat gebeurt, wélke codes er tussen staan en waar de keten eindigt, is geen gevoel maar een reeks antwoorden die je kan opmeten.

Drie klassieke fouten dekken bijna alles wat misgaat: http die niet in één hop naar https gaat, www en kaal die elkaar afwisselen alsof het twee sites zijn, en een keten die terugkeert naar een adres dat hij al bezocht — een lus. Alle drie hebben hun eigen signatuur in de keten zelf, dus alle drie zijn te herkennen aan één meting.

Begin bij de redirectketen: onze server loopt de keten hop voor hop en de pagina tekent status, doel-adres, http-versie en tijd, met de andere schrijfwijze apart ernaast. Wat daaronder staat — de bevindingen met hun reparatie-advice — komt uit dezelfde meting, niet uit een meningspoll.

1. http naar https: één permanente hop, geen omwegen

Een http-adres dat veilig bedoeld is, hoort in één stap op de https-variant van hetzelfde adres uit te komen: status 301 (of 308) naar exact dezelfde plaats met https. Maak je er een omleiding van via www, via een tussenpad of via een tijdelijke 302, dan ziet élke bezoeker — en élke crawler — drie antwoorden waar één had volstaan, en zoekmachines onthouden tijdelijke sprongen niet. De redirectketen telt de hops en noemt een keten van meer dan twee doorverwijzingen zelf als aandachtspunt.

Zet daarnaast de Strict-Transport-Security-header: die dwingt de browser om meteen https te vragen, maar werkt pas op een site die haar redirects al recht heeft — de header herstelt geen lus, hij versterkt alleen wat al klopt. De checklist beveiligingsheaders zegt wat er hoort te staan; de HTTP-headers-tool laat zien wat je origin werkelijk zet.

2. www of kaal: kies één thuisbasis

voorbeeld.nl en www.voorbeeld.nl zijn één site alleen als je het zelf maakt: kies één schrijfwijze als thuisbasis — de plek waar certificaat, content en het uiteindelijke 200 staan — en verwijs de andere schrijfwijze in één hop daarheen. Een keten die halverwege van host wisselt (kaal naar www naar nog iets) is geen stijlkeus maar een bewijs dat er twee beleids tegelijk draaien.

Meet beide schrijfwijzen apart: de redirectketen vraagt de andere schrijfwijze apart na en toont waar zij uitkomt — kaal en www horen op dezelfde eind-URL te landen. Landen ze allebei met 200 op eigen benen, dan splitst je domein zich in de ogen van zoekmachines in twee helften; Domeinhygiëne beoordeelt de twee schrijfwijzen zij aan zij, samen met het DNS-plaatje eronder.

3. Lussen en te lange ketens: het einde van de lijn ontbreekt

Een lus ontstaat wanneer twee regels menen dat ze gelijk hebben: www verwijst naar kaal, kaal verwijst naar www, en de bal rolt tussen hen door tot de browser van de bezoeker na een aantal hops opgeeft. Dat is nooit een browserprobleem — het is een serverconfiguratie die met zichzelf vecht, en het tekent zich af in de keten zelf: een adres dat terugkomt.

Onze server volgt maximaal vier hops; een langere of terugkerende keten wordt gemeld als onvolledig, met de fouttekst zoals de meting hem noteerde — wij raden niet wat er daarna stond. Dat is de punt van de eerlijkheid: een keten zonder eindantwoord is niet te beoordelen op zijn eind, maar wel benoembaar als de fout die hij is, met de reparatie in de serverconfiguratie.

4. Meet vóór je repareert, meet erna

Het ketenrapport is een nulmeting: bewaar het van vóór de wijziging (kopie of download als JSON) en doe de meting erna opnieuw. De rapportvergelijker legt de twee rapporten naast elkaar, zodat "is het beter geworden?" een antwoord met twee data wordt — ketenlengte, tijdelijke hops en cijfer van beide metingen naast elkaar.

En een keten staat nooit alleen: http→https, de headers die beleid dragen en de post-laag rond je domein samen maken de site buitenop veilig; de checklist website beveiligen zet alle lagen op één pagina, met per laag het instrument dat meet.

Meet het zelf: Redirectketen

Volg élke doorverwijzing van één adres hop voor hop: welke statuscode, waar http naar https wordt, of kaal en www op hetzelfde eindadres uitkomen, en hoe lang de keten is.

Lees verder