RDAP: wie je domein bezit en wanneer het verdwijnt
Of jij je domein bezit staat niet bij je hosting of je registrar — het staat in het register van de registry van het TLD: SIDN voor .nl, Verisign voor .com, en honderden andere elk voor hun eigen extension. Dertig jaar lang kon je daar aankloppen met WHOIS: vrije tekst via een open poort, zonder regels over wie wat vraagt, en juist daarom werd dat kanaal steeds meer een bron van klachten.
RDAP is de opvolger: hetzelfde register, maar als gestructureerd JSON via HTTPS, met door ICANN-defined statuscodes, gebeurtenissen met vaste namen en privacyafwegingen die de registry open in haar antwoord benoemt in plaats van achter de schermen. Eén ding is hetzelfde gebleven: de gegevens staan niet bij ons, maar bij de registry — en dan moet je weten welke registry.
Dat weten doet de RDAP-domeinopzoeker: de kaart van IANA bepaalt welke registry bij jouw TLD hoort, onze server vraagt precies die registry, en het antwoord — registrar, status, verloopdatum, nameservers en DS-sleutels — wordt uitgetekend. Dit artikel leest dat antwoord veld voor veld.
1. Van WHOIS naar RDAP
WHOIS vroeg op poort 43, in platte tekst, met per registry een eigen vorm, eigen rate limits en eigen gradatie van openheid. Daar werd WHOIS beroemd door — en daarmee ook een makkelijk doelwit: scraping-meubilages haalden contactgegevens massaal op, waarop GDPR en de registries zelf steeds meer terugnamen. Een vorm die geen statuscode kan dragen, kan ook geen beleid dragen.
RDAP (RFC 7483 en omgeving) vraagt dezelfde registries via HTTPS en antwoordt in JSON: objectClassName, events met acties als registration en expiration, statuscodes met vaste betekenissen, en een redacted-sectie die in het antwoord zelf zegt welke delen zijn afgeschermd en waarom. Wat de registry achterhoudt, zegt ze nu open — dat is informatiever dan een leeg veld.
2. Eerst de kaart: IANA wijst de registry aan
De internet kent duizend registries en geen centraal adresboek van welke registry bij welk domein hoort — behalve de bootstrap-bestanden van IANA: dns.json voor de TLDs, ipv4.json en ipv6.json voor adresreeksen. Daarin staat per extension of netwerkblok welke dienst bevraagd moet worden.
Die kaart leest onze tool voordat er iets gevraagd wordt: jouw domein wordt nooit de host die de tool te horen krijgt, de vraag wordt gebouwd uit de basis-URL die IANA bij jouw TLD noemt. De registry ziet dan precies één ding: het domein dat jij opgezocht wilt hebben. De rest blijft tussen jou en onze server.
3. Wat het registratie-antwoord bevat
Een domein-antwoord heeft vier regels die de moeite van het lezen waard zijn. De registrar: met wie je in werkelijkheid te maken hebt voor wijzigingen. De statuscodes: active is normaal, clientHold of serverHold halen het domein uit de DNS, pendingDelete zegt dat de verwijderingsfase loopt — dat is het moment waarop een domein echt voor iemand anders beschikbaar wordt. De events: registratiedatum, laatste wijziging en de verloopdatum die veel mensen pas ontdekken als het te laat is. En secureDNS: of het domein DNSSEC draagt.
Let op het verschil met de DNS zelf: RDAP zegt wat er geregistreerd staat, de DNS-opzoeker zegt wat er nu weg wijst, en de DNSSEC-lezer leest de sleutels en handtekeningen over de draad. De verloopwaarschuwing binnen dertig dagen staat in de RDAP-tool als waarschuwing — want dát is het moment waarop je nog iets kan rechtzetten.
4. De andere richting: adressen en je eigen adres
RDAP kent ook de keerzijde: elk publiek IP-adres hoort bij een netwerkblok dat is geregistreerd bij een regionale registry — RIPE voor Europa, AfriNIC voor Afrika, APNIC voor Azië, ARIN voor Noord-Amerika. Daar zegt het antwoord niet over een persoon maar over een netwerk: naam, bereik, land en de organisatie op wiens naam het blok staat. Zo lees je waar de provider van een server thuiszit.
Die vraag kan je ook over jezelf doen: Wie ben ik? vraagt zonder doel — onze server leest jouw publieke adres uit de verbinding en raadpleegt de registry die bij dát adres hoort. Wat terugkomt is het netwerk waarbinnen je het internet op gaat: het bereik rond je adres, het land, en de organisatie op wiens naam dat blok staat. Je ziet precies dat ene antwoord, en niemand anders ziet het.